Al jaren hoorde ik van vrienden en familie dat ik kon koken. Bij mij speelde dan de vraag of zij gelijk hadden, of dat ze wat minder kritisch waren of dat veel beter gewoonweg in hun omgeving ontbrak. Ik vond in ieder geval dat ik kon koken en het was één van mijn grootste hobby’s.

Grootste uitdaging was alleen als er meer gasten kwamen, want dan ontstonden bij mij de planningsprobleempjes en af en toe ging er wat fout, maar ik had geen flauw idee waar het aan lag. Reden genoeg om een stevige basis te leggen onder mijn liefde voor lekker eten. En daar begon mijn zoektocht.
Niveau 2 betekende 24 keer op vrijdag om 14.00 uur theorie (warenkennis, organisatie en keukentechniek). Om 16.00 uur de voorbereiding voor het praktijkgedeelte en om 16.30 uur achter de kachel. Daarvoor nog even snel een boterham eten want koken voor de gasten in het restaurantje van Smink betekent dus niet zelf eten, wel proeven uiteraard. Om 21.00 uur klaar, nog even napraten met de andere cursisten en dan weer naar huis veelal carpoolend met mijn ‘studiemaatje’ Jan Jaap.
Rob Smink vertelde en begeleidde het koken op zijn eigen wijze. Zijn visie op koken is vooral op de klassieke school gebaseerd. Veel trendy eten is in niveau 2 dan ook niet terug te vinden in de menu’s en ook niet in het interieur waar les wordt gegeven en de gasten ’s avonds eten. Maar het interieur en trendy eten staan ook niet centraal in deze opleiding, wel de grote verscheidenheid kooktechnieken goed beheersen. Als je perfect een varkens karbonade kan sauteren dan kan je dat ook met een kalfszwezerik of met antilopenvlees. Rob zijn enthousiasme gaat bijvoorbeeld niet uit naar creatieve hoogstandjes, maar wel naar een goede bereiding en liefst op een zo klassiek mogelijke wijze. In het begin leek dit een gebrek te worden in dit opleidingsjaar, maar meer naar het einde van de opleiding begreep ik wat hij bedoelde met”goed koken is goede technieken loslaten op de ingrediënten die je in je koelkast hebt liggen”. De basis is de basis.
Rob was in staat om zijn uitgebreide culinaire kennis op een prettige wijze over te brengen naar de leergierige koks in spé of een hobbykok die meer wil zoals ik. De groep waarin ik zat bestond uit een bond gezelschap van mensen. Van jong tot oud, van alle opleidingsniveaus en van hobbykoks tot koks die al dagelijks voor hun werk koken. Met de één had ik meer een klik dan met de ander. Ook iedereen had z’n eigen beweegredenen om de opleiding te volgen. Eigen motivatie en zin en drive om thuis te studeren bleken wel essentieel om alles uit Rob en de opleiding te halen wat er in zit. Nu was de studiebelasting wat je er zelf van wilde maken. Eén avond in de week zat ik de theorie voor te bereiden uit de boeken en één avondje per week bereidde ik de recepturen voor. Dit was voor mij voldoende om snel veel te absorberen en veel te leren.
Na 24 lessen had ik gevonden wat ik zocht. Een goede theoretische basis, de vaardigheden om relaxed voor grotere gezelschappen te koken en vooral te weten waarom sommige dingen goed en sommige dingen fout gaan. En natuurlijk een waslijst aan franse keukentermen en een nog veel langere waslijst aan ingrediënten, standaardrecepturen en keukenapparatuur waarvan ik nu al een groot deel vergeten ben, maar ik weet nu wel waar ik ze kan vinden. Ook heb ik ontdekt wat ik nog niet kan en heb de smaak te pakken. Daarom ga ik vanaf oktober verder met het nieuwe jaar niveau 3 en opnieuw bij Smink.

Nu krijg ik nog meer dan vroeger de vraag:”Valentijn, ga je nu van werk veranderen?”. Het antwoord op deze vraag is door de opleiding onveranderd gebleven. Het antwoord is: ”Nee, het is en blijft mijn hobby. Ik kan het nu alleen beter en heel misschien…wie weet…kan ik me soms eens laten betalen voor mijn hobby.”

Deel: